De verschillende types van eetgedrag.

In het algemeen zijn er 3 types van (over)eetgedrag die tot overeten en overgewicht kunnen leiden. Ze zorgen er namelijk voor dat je meer of vaker gaat eten dan strikt gezien biologisch noodzakelijk is. Deze types kunnen zowel aanwezig zijn bij mensen mét als mensen zonder eetstoornis. Ze werden beschreven door Tatjana van Strien, een klinisch psychologe gespecialiseerd in de psychologie van eetstijlen.

Een eerste type is extern eetgedrag. Een ‘externe eter’ wordt verleid door allerlei externe voedselprikkels. Krijg je zin in eten wanneer je het ziet of ruikt, bijvoorbeeld in de winkel of bij de bakker? Ben je geneigd om meer te eten als het lekker smaakt? Kan je moeilijk van iets lekkers afblijven als je weet dat het in huis is? Krijg je ook trek wanneer je anderen ziet eten? Dan is de kans groot dat je een externe eter bent. Je bent overgevoelig voor externe voedselprikkels en zal je er sneller door laten verleiden. Daarentegen is je gevoeligheid voor interne signalen (zoals honger en verzadiging) verminderd. Hierdoor merk je niet op dat je eigenlijk geen honger (meer) hebt en al verzadigd bent. Je hebt daardoor meer last van overeten en snacken tussendoor, met alle gevolgen op je gewicht en gezondheid van dien.

Een tweede type is emotioneel eetgedrag. De normale reactie op negatieve emoties is eigenlijk dat je geen zin meer hebt in eten. Dit heeft met de activatie van je stress-systeem te maken, dat een negatieve invloed heeft op je spijsvertering. Daarom vallen de meeste mensen bij langdurige stress ook af.
Wanneer je een
‘emotionele eter’ bent, dan werkt dit bij jou juist omgekeerd: wanneer je niet lekker in je vel zit, je boos of gefrustreerd voelt, zenuwachtig of gestresst bent, je verveelt … ga jij juist je toevlucht tot eten zoeken en die vervelende gevoelens als het ware proberen weg te eten. Niet zelden kunnen emotionele eters daarnaast ook geen goed onderscheid (meer) maken tussen de lichamelijke symptomen van honger en de lichamelijke verschijnselen van emoties. Deze hebben soms overlappende kenmerken (zoals bijvoorbeeld een onrustig gevoel in je buik). Wanneer je dit dan verkeerdelijk interpreteert als honger, ga je dus vaker eten dan strikt genomen noodzakelijk is en vergroot je zo het risico op overgewicht. In het algemeen zijn emotionele eters ook vaker ‘gevoelsblind’. Dit betekent dat ze eigenlijk niet zo goed zijn in het snappen en herkennen van hun eigen gevoelens.

Een laatste vorm tot slot is lijngericht eetgedrag. De ‘lijngerichte eter’ laat veel tijd tussen maaltijden en tussendoortjes, slaat deze soms over of eet gewoon te weinig. Dit onregelmatige en restrictieve eetpatroon kan er toe leiden dat je honger krijgt en jezelf zo bij de eerstvolgende gelegenheid gemakkelijker overeet. Verder verbied je je ook vaak bepaalde (calorierijke) producten en voedingsmiddelen, wat paradoxaal genoeg juist kan leiden tot overeten, eetbuien en gewichtstoename. Iets niet mogen kan namelijk het averechtste effect hebben dat we hier dan juist een ontzettende eetdrang naar gaan krijgen. Let maar eens op de dingen waar je op zulke momenten in doorschiet: vaak gaat het hier niet om sla en tomaten, maar juist om de lekkernijen die je jezelf ontzegt! Hier speelt zowel het psychologische onbehagen in mee (cf. het missen van de dingen waar je voorheen erg op gesteld was) alsook een lichamelijk onbehagen doordat je lijf gaat craven naar bepaalde voedingsbestanddelen die in het door jou gekozen dieet ontbreken (vb. vetten, suikers, …). 

Het gevolg van dit onregelmatige en over- en ondereetgedrag is niet zelden een verstoord honger- en verzadigingsmechanisme, een instabiele bloedsuiker en een slechtere stofwisseling. Het spreekt voor zich dat deze gevolgen ook niet bepaald in je voordeel werken als je graag een stabiel en gezond gewicht wenst.

Wanneer je grip wilt krijgen op je overeetgedrag, je eetbuien of je gewicht, dan moet je dus eerst weten welk type eter je bent. Bij ieder type eetgedrag is er namelijk een andere manier van aanpakken:

  • De lijngerichte eter moet zich richten op het herstellen van zijn eetpatroon en ervoor zorgen dat hij regelmatig en voldoende gaat eten door zijn maaltijden goed te plannen en voor te bereiden en geen producten als ‘verboden’ te aanzien. Ook de samenstelling is belangrijk zodat er geen essentiële voedingsstoffen ontbreken. Alleen zo kan hij de paradoxale cravings couperen.

  • De externe eter moet zijn valkuilen leren kennen en zelfcontrolestrategieën alsook frustratietolerantie aanleren. Hier bestaan specifieke gedragsmatige technieken voor die je helpen om de verleidelijke situatie te hanteren en uit te zitten. Daarnaast is ook algemene zelfzorg erg belangrijk, want stress, slaaptekort, … zorgt nu eenmaal voor minder impulsbeheersing! Als je doorheen de tijd verslaafd bent geraakt aan zoetigheden (dit kan ook bij emotioneel eetgedrag!), dan zal je daarnaast ook door een lichamelijke afkick en reset heen moeten.

  • De emotionele eter moet anders leren dweilen! Deze eigen analogie gebruik ik heel vaak in mijn praktijk. Wat ik hiermee bedoel? Stel je voor dat je thuiskomt en de hele badkamer staat onder water omdat de kraan nog open stond… wat zou je doen? In eerste instantie ga je natuurlijk direct de kraan dichtdraaien en in tweede instantie ga je het water opdweilen. Dit geldt ook voor emotioneel eetgedrag. In dit voorbeeld staat het water namelijk voor je emoties en is de dweil je eetgedrag: je dweilt je emoties op met eten. Om je eetgedrag en gewicht onder controle te krijgen, moet je dus anders leren dweilen want iedereen heeft natuurlijk wel manieren nodig om met zijn emoties om te gaan. Daarnaast zal je ook je kraantje moeten vinden, want anders blijft het dweilen met de kraan open! Wat doet bij jou het water lopen? Is dat je depressie? Je negatieve zelfbeeld? De stress op je werk of in je relatie? Je perfectionisme? Trauma’s? … Bij emotioneel eetgedrag moet je dus ook goed in contact met je eigen emoties staan en de emotionele oorzaken meebehandelen!

In de praktijk zie je trouwens ook vaak dat deze types van eetgedrag samen voorkomen. Iemand is dan bijvoorbeeld zowel een externe als een emotionele eter en heeft nood aan technieken om beiden te beheersen!

REFERENTIE:
Tatjana van Strien (2014). Nederlandse vragenlijst voor eetgedrag. Hogrefe, Amsterdam.
Tatjana van Strien (2017). Afvallen op maat. Een methode met blijvend resultaat. Hogrefe, Amsterdam.

Herken je jezelf, je partner of je kind (16+) in deze problematiek en zoek je hulp? Aarzel dan niet om contact met mij op te nemen voor een afspraak.